Een schuin dak isoleer je van binnenuit in vijf stappen. Je meet het dak op en controleert het dakbeschot, zet naden en kieren dicht, plaatst isolatiemateriaal tussen of tegen de dakbalken, spant bij wol een folie aan de kamerkant en werkt af met plaatmateriaal. De folie en de naden vragen de meeste zorg. Ontbreekt de folie of sluit hij niet aan, dan trekt vocht uit de woning de isolatie in.
Met wat klustalent doe je dit werk zelf, in ongeveer acht dagen (bron: Energiepunt). Wel loop je dan de subsidie mis, want die krijg je alleen als een bedrijf isoleert. Hieronder staat de volgorde van het werk, het materiaal dat erbij past en wat je aan subsidie laat liggen als je het zelf doet.
Het stappenplan om een schuin dak aan de binnenkant te isoleren
De volgorde hieronder volgt het stappenplan van Energiepunt, aangevuld met het meetwerk dat eraan voorafgaat.
Eén ding regel je vóór stap 1: de gemeente. Onder dakpannen wonen vaak beschermde dieren zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Aan de binnenzijde zijn extra maatregelen voor dieren meestal niet nodig, maar je meldt het werk wel bij de gemeente. Welke regels precies gelden, verschilt per gemeente (bron: Energiepunt).
Stap 1: meet het dak op en controleer het dakbeschot
Meet de lengte en de schuine hoogte van elk dakvlak, zodat je weet hoeveel vierkante meter je bestelt. Meet ook de diepte van de dakbalken, want die bepaalt hoe dik de isolatie tussen de balken mag zijn. Is het hout nat of zie je vochtplekken, los dat dan eerst op. Let ook op leidingen en elektra die tegen het dakbeschot lopen.
Kijk daarna onder een dakpan wat er op het beschot ligt. Zie je geen folie, alleen pannen, panlatten en een houten dakbeschot, dan heb je een dampopen dak. Ligt er wel een folie, laat dan door een dakdekker of isolatiebedrijf uitzoeken of die dampopen of dampdicht is. Het antwoord bepaalt in stap 4 welke folie jij aan de binnenkant gebruikt. Gebruik je de zolder alleen als opslag, dan is de zoldervloer een alternatief voor het dak. Die afweging staat bij zolder isoleren.
Stap 2: maak naden en kieren dicht
Vul naden en kieren op met restjes isolatiemateriaal, kit of tape. Het doel is dat het isolatiemateriaal straks overal goed aansluit, dus loop het hele dakvlak na en niet alleen de plekken waar je tocht voelt.
Stap 3: plaats het isolatiemateriaal
Hoe je het materiaal vastzet, verschilt per soort:
- Isolatieplaten zaag je op maat en zet je vast met spijkers of schroeven. Naden tussen de platen vul je met reststukjes, kit of tape.
- Glaswol of steenwol plaats je tussen de dakbalken. Zet eerst vierkante latten langs de balken, zodat er genoeg ruimte is voor de dikte die je wilt. Maak de wol vast met spijkers of schroeven en vul naden op met reststukjes.
Werk je met wol, draag dan handschoenen, een stofkapje en een veiligheidsbril, want de vezels geven jeuk.
Stap 4: breng de dampremmer aan en werk luchtdicht
Isolatieplaten remmen damp zelf al genoeg. Bij glaswol en steenwol span je een folie over de isolatie, aan de kamerkant. Laat de banen overlappen en tape de overlap en de aansluitingen op muren, balken en dakramen af. Welke folie je neemt, lees je verderop.
Stap 5: werk het dak af
Sluit af met gipsplaten, gipsvezelplaten, underlaymentplaten of houten schroten. Isolatieplaten van kunststof dek je altijd af met brandwerend materiaal. Er zijn ook platen met een kant-en-klare witte afwerklaag, waarmee je isoleren en afwerken in één keer doet.
Glaswol, steenwol of PIR-platen voor dakisolatie aan de binnenzijde
Voor dakisolatie aan de binnenzijde kies je tussen wol en hardschuimplaten. Het verschil zit vooral in de verwerking en in de ruimte die de laag inneemt. Glaswol en steenwol verwerk je op dezelfde manier, daarom staan ze samen in de tabel.
|
Kenmerk |
Glaswol of steenwol |
PIR-platen |
|
Verwerken |
Buigzaam, tussen de balken |
Stijve plaat die je op maat zaagt |
|
Folie |
Nodig, aan de kamerkant |
Niet nodig, de plaat is dampremmend genoeg |
|
Afwerking |
Plaatmateriaal of schroten over de folie |
Altijd brandwerend afdekken |
|
Ruimte |
Dikkere laag voor dezelfde isolatiewaarde |
Dunnere laag voor dezelfde isolatiewaarde |
Hoe goed een laag isoleert, lees je af aan de Rd-waarde op de verpakking. Energiepunt adviseert een isolatiewaarde (Rc) van 4 of meer en materiaal met het KOMO-keurmerk. De Rc telt ook het dakhout en de andere lagen van het dak mee, de Rd alleen het isolatiemateriaal zelf. Heb je weinig stahoogte, dan telt elke centimeter en ligt een plaat voor de hand.
Welke dikte bij welke Rd-waarde hoort, zie je als je isolatiematerialen vergelijkt op dikte, prijs en brandgedrag. Binnen hardschuim is er nog het onderscheid tussen PIR- en PUR-platen, dat vooral in het brandgedrag zit.
Welke folie hoort bij welk dak
De folie aan de kamerkant houdt waterdamp uit de woning tegen. Warme lucht uit je huis bevat vocht. Dat vocht slaat neer zodra het in de koude buitenste laag van het dak komt. Het gevolg is rottend dakhout en schimmel. Welke folie je nodig hebt, hangt af van wat er aan de buitenkant ligt:
- Bij een dampopen dak gebruik je een dampremmende folie.
- In alle andere gevallen gebruik je een vochtregulerende folie, ook klimaatfolie genoemd.
De folie doet zijn werk alleen als hij één dichte laag vormt, dus tape ook elke plek af waar een leiding of kabel erdoorheen gaat.
Wat een schuin dak isoleren kost en wat je aan subsidie laat liggen
De kosten voor het isoleren van een schuin dak hangen af van het materiaal, het aantal vierkante meters en wie het werk doet. Ga je in een gemiddelde hoekwoning van geen naar goede dakisolatie, dan kost dat € 3.500 tot € 6.000. Je bespaart er € 450 tot € 600 per jaar mee op je energierekening (bron: Energiepunt, op basis van Milieu Centraal, geraadpleegd oktober 2026). Die bedragen gelden voor dakisolatie in het algemeen, niet alleen voor de binnenzijde.
Doe je het zelf, dan betaal je alleen het materiaal en het gereedschap. Daar staat tegenover dat je de ISDE-subsidie misloopt. Die bedraagt € 16,25 per vierkante meter dakisolatie en geldt alleen als een bouw- of installatiebedrijf het hele werk uitvoert (bron: RVO, pagina gecontroleerd op 17 september 2026). De belangrijkste voorwaarden:
- je laat minimaal 20 m² isoleren en krijgt subsidie voor maximaal 200 m²
- het nieuwe materiaal heeft een Rd-waarde van minimaal 3,5 en staat op de meldcodelijst van RVO
- je woning is gebouwd vóór 1 januari 2019
- je vraagt de subsidie aan binnen 24 maanden na het werk
Bij een dak van 40 m² laat je als doe-het-zelver dus 40 x € 16,25 = € 650 liggen. Voer je binnen 24 maanden een tweede isolatiemaatregel uit, dan verdubbelt het bedrag en loopt het verschil op tot € 1.300. De isolatiesubsidie verdubbelt ook als je het dak combineert met een warmtepomp, zonneboiler of aansluiting op een warmtenet. Materiaalprijzen per vierkante meter staan in het artikel over wat een dak isoleren kost, zodat je de subsidie tegen je eigen materiaallijst afzet.
Wanneer je het beter uitbesteedt
Zelf een dak isoleren van binnenuit loont als je de tijd hebt, het dakbeschot droog is en je weet welke folie je nodig hebt. In vier situaties ben je met een bedrijf beter uit:
- Je kent de opbouw van je dak niet. Een verkeerde folie geeft vocht in de constructie. Dat zie je pas als de afwerking er al op zit.
- Je voert nog een isolatiemaatregel uit of plant een warmtepomp. De dubbele subsidie maakt het prijsverschil met zelf doen dan flink kleiner.
- Je dak heeft een plat deel. Dat isoleer je aan de buitenkant en dat is werk voor een isolatiebedrijf, vanwege het risico op vocht en houtrot.
- Je hebt geen acht dagen. Een half geïsoleerd dak met open naden levert weinig op.
Vraag in dat geval een offerte waarin het aantal vierkante meters, de dikte en de Rd-waarde staan. Leg het bedrag na aftrek van subsidie naast je eigen materiaallijst. Is het verschil kleiner dan wat acht dagen werk je waard zijn, dan weet je genoeg. Twijfel je nog tussen binnen en buiten: dakisolatie aan de buitenkant geeft de beste isolatiewaarde, maar daarvoor gaan de pannen van het dak.
