Met PIR isolatieplaten van 8 cm dik haal je een Rd-waarde van ongeveer 3,6 m²K/W (bron: Isolatienoord). Dat is net boven de 3,5 die RVO vraagt voor subsidie op dak-, vloer- en gevelisolatie. Welke dikte en welk type plaat je kiest, hangt af van de plek waar je isoleert en van de ruimte die je daar hebt.
De prijs loopt mee met de dikte: van ongeveer 10 tot 14 euro per m² voor 4 cm tot ongeveer 21 tot 33 euro per m² voor 12 cm (bron: Isolatienoord en Praxis, oktober 2026). Hieronder staan de isolatiewaarde en de prijs per dikte naast elkaar, met per plek in huis de plaat die erbij past.
Isolatiewaarde PIR per dikte
De Rd-waarde van PIR is de warmteweerstand van de plaat: de dikte in meters gedeeld door de lambdawaarde van het materiaal. Hoe lager de lambdawaarde, hoe dunner de plaat mag zijn. De PIR-platen van IKO Enertherm met aluminium aan beide kanten hebben bijvoorbeeld een lambdawaarde van 0,022 W/mK (bron: Praxis, productpagina IKO Enertherm). De waarde verschilt per product, dus lees hem af van de plaat die je koopt.
Voor platen met aluminium toplaag geeft Isolatienoord deze richtwaarden:
|
Dikte |
Rd-waarde (m²K/W) |
Veel gekozen voor |
|
40 mm |
ongeveer 1,80 |
Bovenop een betonvloer, bij weinig opbouwhoogte |
|
60 mm |
ongeveer 2,70 |
Voorzetwand |
|
80 mm |
ongeveer 3,60 |
Schuin dak aan de binnenkant |
|
100 mm |
ongeveer 4,50 |
Plat dak |
|
120 mm |
ongeveer 5,40 |
Dak met een hogere isolatiewens |
|
140 mm |
ongeveer 6,30 |
Nieuwbouw |
De Rd-waarde verschilt per merk een beetje. Bij Praxis staat een plaat van 8 cm met Rd 3,5 naast een plaat van 80 mm met Rd 3,60. Met 80 mm zit je dus dicht tegen de subsidiegrens van 3,5 aan: lees de Rd-waarde op de productpagina af in plaats van op de richtwaarde te vertrouwen.
Per centimeter isoleert PIR beter dan de gangbare alternatieven. Bij 10 cm dikte komt PIR op een Rd-waarde van 4,50, tegen 3,15 voor glaswol, 3,13 voor EPS en 2,70 voor steenwol (bron: Isolatienoord, gemiddelde waarden). PIR is de opvolger van PUR: het verschil tussen PUR en PIR zit in isolatiewaarde, brandgedrag en drukvastheid.
PIR isolatieplaten per plek in huis
Niet elke PIR-plaat past op elke plek. De toplaag en de randafwerking verschillen per type. Een plaat voor een bepaalde dakopbouw is daardoor niet vanzelf geschikt voor een vloer of gevel (bron: Isolatienoord).
Plat dak
Bij een plat dak isoleren komt de isolatie aan de buitenkant, onder de dakbedekking. PIR is daar drukvast genoeg om over te lopen. Voor een plat dak is 100 tot 120 mm een veelgekozen dikte en met afschotplaten laat je het regenwater naar de afvoer lopen (bron: Isolatienoord).
Platen met aluminium isoleren beter dan platen met een toplaag van bitumen of glasvlies (bron: Praxis, productpagina IKO Enertherm). Een plat dak van binnenuit isoleren geeft een groot risico op vocht in de constructie, dus laat een isolatiebedrijf beoordelen of het bij jouw dak kan. Isolatienoord raadt daar in veel situaties glaswol of steenwol met een klimaatfolie aan in plaats van PIR.
Schuin dak
Aan de binnenkant plaats je de platen tussen de balken tegen het dakbeschot. Meet eerst de balkdikte, want die bepaalt hoe dik de plaat mag zijn: 80 tot 100 mm is hier gangbaar (bron: Isolatienoord). Vervang je de dakbedekking toch al, dan isoleer je van buitenaf met renovatieplaten die voor een hellend dak zijn gemaakt. Bij dakisolatie aan de buitenkant heb je soms een omgevingsvergunning van de gemeente nodig.
Vloer en kruipruimte
Heb je een kruipruimte, dan lijm je de platen tegen de onderkant van de betonvloer en blijft de vloerhoogte binnen gelijk. Kies daarvoor platen van klein formaat, omdat het kruipluik weinig doorgang geeft (bron: Isolatienoord). Zonder kruipruimte komt de isolatie bovenop de vloer en dan telt elke centimeter. Een plaat van 40 mm geeft daar een Rd van ongeveer 1,80. Voor subsidie op vloerisolatie heb je 3,5 nodig, dus ongeveer 80 mm.
Muur
Voor een spouwmuur bestaan PIR-spouwplaten met tand en groef, die bij renovatie en nieuwbouw tussen binnen- en buitenmuur komen. Aan de binnenkant van een buitenmuur bouw je een voorzetwand, vaak met platen van 60 mm. Daarmee kom je op een Rd van ongeveer 2,70. Voor subsidie op gevelisolatie vraagt RVO 3,5, dus daarvoor heb je ongeveer 80 mm nodig (bron: RVO).
Wil je een binnenmuur isoleren bij een enkelsteens gevel, laat dan eerst beoordelen hoe vochtig die gevel is. Tegen een vochtige buitenmuur plaats je PIR niet rechtstreeks en is vaak een regelwerk met luchtspouw nodig (bron: Isolatienoord).
Garage
In een garage isoleer je dezelfde drie vlakken: het platte dak, de wanden met een voorzetwand en de betonvloer. Reken niet op subsidie als je de garage bij je woning trekt, want RVO vergoedt geen isolatie van oppervlak waarmee je de woning vergroot.
Wat PIR isolatieplaten per m² kosten
De dikte bepaalt het grootste deel van de prijs. In de tabel staan de prijzen van twee winkels, geraadpleegd in oktober 2026. Isolatienoord geeft voor platen met aluminium toplaag een prijs vanaf, inclusief btw. Bij Praxis gaat het om de prijzen per m² van de platen van 1200 bij 600 mm die bovenaan de categoriepagina stonden, dakplaten en platen met tand en groef door elkaar.
|
Dikte |
Isolatienoord, prijs vanaf per m² |
Praxis, prijs per m² |
|
40 mm |
€ 9,94 |
€ 13,56 tot € 13,60 |
|
60 mm |
€ 11,50 |
€ 16,41 tot € 18,91 |
|
80 mm |
€ 15,20 |
€ 21,16 tot € 26,38 |
|
100 mm |
€ 18,60 |
€ 26,10 tot € 30,54 |
|
120 mm |
€ 20,89 |
€ 33,32 |
Bronnen: Isolatienoord en Praxis, oktober 2026.
Voor 80 mm betaal je dus ongeveer 15 tot 26 euro per m², afhankelijk van merk en type plaat. Spouwplaten zijn bij Isolatienoord per m² iets duurder dan de gewone plaat van dezelfde dikte: vanaf € 16,33 voor 80 mm. Tel er tape, purschuim en bevestigingsmateriaal bij op.
Laat je het werk door een bedrijf doen, dan is er ISDE-subsidie. Voor werk uitgevoerd in 2025 of later is dat 16,25 euro per m² voor dakisolatie en 5,50 euro per m² voor vloerisolatie (bron: RVO, pagina gecontroleerd op 17 september 2026). Zelf plaatsen telt niet mee. Voor de isolatiesubsidie gelden meer voorwaarden, zoals minimaal 20 m² dak- of vloerisolatie en een woning van vóór 2019.
PIR-platen verwerken en bevestigen
PIR isolatiemateriaal is licht en laat zich op maat zagen, maar het buigt niet mee. Tussen de platen en langs de randen blijven daardoor naden over. Dicht die af met aluminium tape en purschuim, anders lekt er warmte weg en gaat er lucht en vocht langs de isolatie (bron: Isolatienoord). De bevestiging verschilt per plek:
- Dak: dakschroeven met drukverdeelplaten
- Spouw of muur: spouwankers of isolatiepluggen
- Vloer: isolatielijm, waar nodig aangevuld met isolatiepluggen
Let ook op de belasting. De PIR-platen van IKO Enertherm hebben bijvoorbeeld een druksterkte van 150 kPa (bron: Praxis, productpagina IKO Enertherm). Komt er later blijvend gewicht op de isolatie, zoals bij een vloer, kijk dan op het productblad welke druksterkte de plaat heeft en of de fabrikant hem voor die toepassing bedoelt.
Controlelijst voor je PIR-platen koopt
Met deze vijf punten voorkom je dat je de verkeerde plaat bestelt:
- Dikte en Rd-waarde: meet de ruimte die je hebt en lees de Rd-waarde van het product zelf af. Voor subsidie op dak, vloer of gevel is dat minimaal 3,5 en voor een spouwmuur 1,1.
- Type plaat: aluminium toplaag voor schuin dak, voorzetwand en vloer, een spouwplaat voor de spouw en een afschotplaat voor het platte dak.
- Drukvastheid: komt er blijvende belasting op, kijk dan op het productblad naar de druksterkte.
- Brandgedrag: de brandklasse verschilt per merk en type en staat op het productblad.
- Meldcode: wil je ISDE-subsidie, controleer dan vóór aankoop of het product op de meldcodelijst isolatiematerialen van RVO staat en laat de meldcode, de dikte en de Rd-waarde op de factuur zetten.
