Een muur van binnenuit isoleren is niet altijd de eerste keuze. Spouwmuurisolatie of buitengevelisolatie zijn in veel gevallen effectiever. Maar soms is binnenmuurisolatie de enige mogelijkheid, bijvoorbeeld bij een monumentaal pand, een woning zonder spouw of een situatie waarin de buitengevel niet aangepast mag worden. In die gevallen is het isoleren van de binnenkant van de muur een goede manier om warmteverlies te beperken.
Wanneer kies je voor binnenmuur isoleren?
Isoleren van binnenuit is vooral zinvol in deze situaties:
- Je woning heeft geen spouwmuur. Oudere huizen (gebouwd voor 1920) hebben vaak massieve muren zonder holle ruimte ertussen. Spouwmuurisolatie is dan geen optie.
- Het pand is een monument of staat in een beschermd stadsgezicht. Gemeenten staan vaak geen wijziging aan de buitengevel toe.
- Je huurt de woning en mag geen aanpassingen aan de buitenkant doen.
- De buitengevel is recent gerenoveerd en je wilt die niet openbreken.
In alle andere situaties is het verstandig om eerst te kijken naar spouwmuurisolatie of buitengevelisolatie. Die methoden zijn effectiever omdat ze de buitenmuur warm houden, waardoor vochtproblemen minder snel optreden.
Methode 1: voorzetwand met isolatie
De meest toegepaste methode is een voorzetwand plaatsen op enige afstand van de bestaande muur. Tussen de voorzetwand en de buitenmuur komt het isolatiemateriaal, meestal minerale wol (glaswol of steenwol). Aan de binnenkant wordt de voorzetwand afgewerkt met gipsplaten.
Met een voorzetwand van 70 tot 100 mm isolatie bereik je een Rd-waarde van 1,5 tot 3,0 m2K/W. Het ruimteverlies is 10 tot 15 cm per muur. Bij een kamer van 4 bij 4 meter verlies je dus aan twee zijden samen zo’n 20 tot 30 cm aan breedte. Dat is merkbaar, zeker in kleinere kamers.
Het voordeel: minerale wol is dampopen, wat betekent dat vocht door het materiaal kan ademen. Dat verkleint de kans op vochtophoping achter de isolatie. De kosten liggen tussen 40 en 70 euro per vierkante meter, inclusief afwerking.
Methode 2: isolatieplaten direct op de muur
Een alternatief is isolatieplaten (PIR, XPS of resolschuim) rechtstreeks op de binnenmuur lijmen of schroeven. Hieroverheen komt een afwerklaag van gipsplaten of stucwerk. Deze methode neemt minder ruimte in dan een voorzetwand: 5 tot 8 cm inclusief afwerking.
Het nadeel is dat harde isolatieplaten dampdicht zijn. Dat betekent dat er een dampscherm aan de warme kant nodig is om te voorkomen dat vochtige binnenlucht achter de isolatie condenseert. Als het dampscherm niet goed wordt aangebracht, ontstaan vochtproblemen. Laat deze methode bij voorkeur uitvoeren door een vakman.
De kosten zijn vergelijkbaar met een voorzetwand: 35 tot 65 euro per vierkante meter. De Rd-waarde hangt af van de plaatdikte, maar bij 50 mm PIR zit je al op circa 2,2 m2K/W.
Waar je op moet letten: koudebruggen en vocht
Bij het isoleren van een muur van binnenuit blijft de buitenmuur koud. Dat is een verschil met buitenisolatie, waarbij de muur juist warm wordt gehouden. Een koude buitenmuur brengt twee risico’s met zich mee.
Koudebruggen
Op plekken waar de isolatie niet doorloopt, zoals bij kozijnen, vloer-muurovergangen en de aansluiting met het plafond, ontstaan koudebruggen. Daar koelt de constructie lokaal af, wat kan leiden tot condensvorming en schimmel. Het is daarom nodig om deze aansluitingen zorgvuldig af te werken. Gebruik isolatiestroken of kit om overgangen te dichten.
Wil je meer weten over hoe warmte en kou zich door een constructie bewegen? Lees dan het artikel over de thermische schil van je woning.
Vochtproblemen
Warme binnenlucht bevat meer vocht dan koude buitenlucht. Als die vochtige lucht achter de isolatie komt en tegen de koude buitenmuur condenseert, ontstaat vocht in de constructie. Op termijn leidt dat tot schimmelvorming en aantasting van de muur. Een correct aangebracht dampscherm aan de binnenkant voorkomt dit. Bij dampopen materialen (minerale wol) is het risico kleiner, maar ook daar is aandacht voor luchtdichtheid nodig.
Welk materiaal kies je?
De keuze hangt af van de beschikbare ruimte en het vochtrisico:
- Minerale wol (glaswol, steenwol): dampopen, goede akoestische isolatie, geschikt voor voorzetwanden. Goede keuze bij oudere woningen waar vocht een aandachtspunt is.
- PIR-platen: dunner bij dezelfde isolatiewaarde, maar dampdicht. Geschikt als je weinig ruimte wilt verliezen en het dampscherm goed kunt aanbrengen.
- Resolschuim: de dunste optie met de beste isolatiewaarde per millimeter. Duurder, maar je verliest minimaal ruimte.
- Calciumsilicaatplaten: speciaal ontwikkeld voor binnenisolatie van monumentale panden. Ze nemen vocht op en geven het geleidelijk weer af. Lagere isolatiewaarde dan PIR, maar veiliger bij vochtgevoelige constructies.
Niet zeker welk materiaal het beste past? Het overzicht van isolatiemethoden en materialen helpt je op weg.
Kosten en ruimteverlies vergeleken
| Methode | Ruimteverlies per muur | Kosten per m2 | Rd-waarde |
|---|---|---|---|
| Voorzetwand met minerale wol | 10 – 15 cm | 40 – 70 euro | 1,5 – 3,0 |
| PIR-platen op de muur | 5 – 8 cm | 35 – 65 euro | 1,5 – 2,5 |
| Resolschuim op de muur | 4 – 6 cm | 50 – 80 euro | 1,5 – 2,5 |
| Calciumsilicaatplaten | 5 – 10 cm | 60 – 100 euro | 0,8 – 1,5 |
Wanneer het de investering waard is
Binnenmuur isoleren levert gemiddeld 15 tot 25 procent besparing op de stookkosten op, afhankelijk van de huidige staat van de muur en de gekozen isolatiewaarde (bron: Milieu Centraal). Bij een gemiddeld gasverbruik van 1.200 m3 per jaar en de huidige gasprijs scheelt dat zo’n 200 tot 400 euro per jaar. De terugverdientijd ligt daarmee tussen de 5 en 12 jaar, afhankelijk van de gekozen methode.
Houd er rekening mee dat binnenisolatie het beste resultaat geeft als je ook de rest van je huis isoleert: vloer, dak en ramen. Een geisoleerde muur naast een enkel-glas raam levert minder op dan wanneer je de hele schil aanpakt.
